Wat maakt een magneet sterk?
Kort antwoord:
Het materiaal en het formaat bepalen hoe sterk een magneet maximaal kan zijn. Hoeveel je daarvan overhoudt, hangt af van de constructie en van waar je hem op zet: een halve millimeter lak kan de houdkracht halveren, en aan een verticale wand blijft 15 tot 20 procent over.
Waarom:
De N-waarde geeft aan hoeveel magnetische energie het materiaal per volume opslaat. De houdkracht op de verpakking is gemeten op een stalen plaat van 2 cm dik, recht getrokken. Elke afwijking daarvan kost kracht.
De N-waarde is het getal waar veel mensen op kiezen, terwijl hij van alle factoren op deze pagina een van de kleinste invloeden heeft. Een magneet die op papier sterk genoeg is, valt meestal niet tegen door zijn kwaliteit, maar door waar hij op zit en in welke richting hij belast wordt.
Materiaal: de bovengrens ligt vast
Van de gangbare soorten magneten heeft neodymium veruit het hoogste energieproduct: 33 tot 53 MGOe voor de gangbare kwaliteiten N35 tot N52, tegen 3 tot 4 MGOe voor ferriet. Ferriet roest niet en verdraagt tot 250 °C, maar het verschil in kracht is met geen enkele vorm of constructie goed te maken. Wil je met ferriet evenveel houdkracht als met neodymium, dan heb je simpelweg veel meer volume nodig.
Wat de N-waarde werkelijk betekent
Bij neodymium staat het getal achter de N voor het maximale energieproduct van het materiaal, uitgedrukt in MGOe. In datasheets zit een N42 op 40 tot 42 MGOe; het getal ligt aan de bovenkant van een bandbreedte van een paar MGOe. Dat is een eigenschap van het materiaal zelf, los van hoe groot of hoe dik de magneet is.
| Kwaliteit | Energieproduct | Ten opzichte van N35 | Max. gebruikstemperatuur |
|---|---|---|---|
| N35 | 33–35 MGOe | uitgangspunt | 80 °C |
| N42 | 40–42 MGOe | circa 20% meer | 80 °C |
| N45 | 43–45 MGOe | circa 29% meer | 80 °C |
| N48 | 45–48 MGOe | circa 37% meer | 80 °C |
| N52 | 48–53 MGOe | circa 49% meer | 65 °C |
In de handel loopt het bereik tot ongeveer N55. Het hoogste energieproduct dat tot nu toe in gesinterd neodymium is gehaald, ligt rond 59 MGOe, en de technische grens voor neodymium wordt geschat op 63 MGOe. Er komt dus geen N80.
Een hogere N-waarde is niet altijd sterker
De hoogste kwaliteiten hebben een lagere weerstand tegen ontmagnetisering, en dat zie je in de laatste kolom: N52 mag tot 65 °C, de lagere kwaliteiten tot 80 °C. Die grens hangt bovendien af van de verhouding tussen diameter en dikte, en ligt bij dunne magneten lager. Op een oppervlak dat in de zon 60 tot 70 °C wordt, zit een N52 dus op of over zijn grens, terwijl een N42 van dezelfde afmeting nog marge heeft en daar meer kracht overhoudt. Verwacht je meer warmte, dan zijn er kwaliteiten met een lettercode: H gaat tot 120 °C en SH tot 150 °C, maar de hoogste N-waarden bestaan in die reeksen niet. Welke kwaliteit bij welke temperatuur past, staat bij hittebestendigheid van magneten.
Formaat en vorm: niet lineair
Meer materiaal geeft meer kracht, maar niet evenredig. Bij een schijfmagneet telt de diameter zwaarder dan de dikte, omdat het contactvlak met het kwadraat van de diameter meegroeit. Een schijf die twee keer zo breed is, levert bij gelijke dikte daardoor meer dan twee keer zoveel houdkracht.
Dikte loopt tegen een grens aan. De eerste millimeters leveren veel op, maar rond een dikte van de helft van de diameter houdt de winst op. Voor het stapelen van schijfmagneten geldt dezelfde grens, want stapelen is niets anders dan een dikkere magneet maken: twee schijven van 20 × 5 mm op elkaar werken nog, een derde erbovenop voegt weinig toe. Een dunne, brede magneet is voor een vlakke plaat daardoor vaak efficiënter dan een dikke smalle van hetzelfde gewicht.
Welke kant de kracht levert, ligt vast in de magnetiseringsrichting. Een axiaal gemagnetiseerde schijf trekt met zijn platte kanten, een diametraal gemagnetiseerde met zijn ronde zijkant. Voor hechten op een plaat wil je vrijwel altijd axiaal.
Constructie: hier valt de meeste winst te halen
Een potmagneet is dezelfde magneet in een stalen bakje dat het veld aan de achterkant terugvoert naar voren. Daardoor levert dezelfde hoeveelheid magneetmateriaal aanzienlijk meer kracht op het contactvlak. De keerzijde is dat de achterkant nauwelijks nog werkt.
Die winst geldt alleen bij direct contact. Het geconcentreerde veld reikt kort, en een potmagneet verliest bij afstand naar verhouding meer dan een losse magneet. Een potmagneet van 25 mm met verzonken gat houdt ongeveer 19 kg in direct contact en nog 4 kg bij 1 mm afstand. Op een gelakte deur of met speling in de montage is een potmagneet dus geen automatische verbetering.
Aan de andere kant van de magneet valt ook winst te halen. Een staalplaat achter de magneet of achter het deel dat je bevestigt, sluit het magnetisch circuit en scheelt vaak meer dan een stap hoger in N-waarde, die van N42 naar N45 zo'n 7 procent oplevert.
Wat de toepassing ervan overlaat
Alles hierboven bepaalt de bovengrens. De houdkracht op de verpakking is daar de meting van, onder omstandigheden die je thuis zelden hebt: een stalen plaat van 2 cm dik, recht aftrekken, en zuiver weekijzer in plaats van gewoon bouwstaal.
Afstand kost het meest. Een luchtspleet van een halve millimeter kan de houdkracht al halveren, en een laklaag, tape, vuil of een ruwe ondergrond vormt precies zo'n spleet. Een sterkere kwaliteit maakt dat niet goed. Van N42 naar N52 levert circa een kwart meer energieproduct op, een halve millimeter lak kan de helft kosten. Een duurdere magneet kopen om een luchtspleet te compenseren is zonde van je geld.
Ook het staal zelf telt. Bij bouwstaal S235 ligt de houdkracht circa 5 procent lager dan op weekijzer, bij E360 circa 30 procent. Austenitisch rvs zoals 304 en 316 reageert nauwelijks, ferritisch rvs zoals 430 wel. En dun staal raakt verzadigd: het kan niet het hele veld opnemen, waardoor een deel van de kracht onbenut blijft. Hoe groter de magneet, hoe dikker het staal moet zijn.
Dan de belastingsrichting. De opgegeven waarde geldt bij recht aftrekken. Hangt iets aan een verticale wand, dan werkt alleen de schuifkracht, en die is bij een kale magneet op glad staal 15 tot 20 procent van de houdkracht. Voor 1 kg aan een wand heb je dus minstens 6 kg houdkracht nodig.
Een coating verandert daar weinig aan, met één uitzondering. Nikkel en epoxy zijn te dun om verschil te maken. Een rubberlaag zet de magneet verder van het staal af en kost daardoor trekkracht, maar geeft grip terug: een rubbergecoate magneet haalt 30 tot 40 procent van zijn trekkracht als schuifkracht. Aan een wand weegt die grip zwaarder dan het verlies.
Waar je het eerst aan draait
Kom je kracht tekort, werk dan in deze volgorde. Verbeter eerst het contact: schoon oppervlak, geen laklaag ertussen, dikker staal of een tegenplaat. Kijk daarna naar vorm en constructie: een bredere magneet, of een potmagneet als hij direct op het staal komt. Een hogere N-waarde komt als laatste, want die stap levert het minst op en kost het meest.
Raakt een magneet op?
Nee. Neodymium, ferriet en magneetband houden hun magnetisme onder normale omstandigheden vrijwel onbeperkt vast. Blijvend krachtverlies heeft een oorzaak van buitenaf: een temperatuur boven de grens van de kwaliteit, herhaalde harde klappen, een sterk tegengesteld magneetveld of corrosie.
Bij neodymium is corrosie de sluipende oorzaak. Raakt de coating beschadigd in een vochtige omgeving, dan roest het materiaal eronder weg en gaat de kracht duidelijk achteruit. Houdt een magneet na een paar jaar minder dan eerst, kijk dan naar de coating en de ondergrond voordat je aan de magneet zelf twijfelt.
Verder lezen over sterkte en houdkracht
Waarom werkt mijn magneet niet?
Per symptoom naar de oorzaak: ondergrond, luchtspleet, schuifkracht of montage.
Lees verder →Hoe sterk moet een magneet zijn?
Van toepassing naar de houdkracht die je werkelijk nodig hebt.
Lees verder →Houdkracht in kilo's is geen draaggewicht
Wat het getal op de verpakking wel en niet zegt.
Lees verder →Magnetische verzadiging van staal
Waarom dun staal de kracht van een sterke magneet niet kan opnemen.
Lees verder →De hoeveelheid magnetische energie die een materiaal per volume kan opslaan, uitgedrukt in MGOe. Het getal in N42 of N52 verwijst hiernaar. De technische grens voor neodymium ligt naar schatting rond 63 MGOe.
Houdkracht
De trekkracht die een magneet levert bij recht aftrekken van een vlakke, schone stalen plaat van 2 cm dik. Een meetwaarde onder ideale omstandigheden, geen draaggewicht.
Luchtspleet
Elke afstand tussen magneet en staal, door lucht, lak, tape, vuil of een dikke coating. Een halve millimeter kan de houdkracht al halveren.
Magnetisch circuit
De route die het magnetisch veld aflegt. Hoe beter die route via staal gesloten is, met een pot of een tegenplaat, hoe meer kracht er op het contactvlak overblijft.
Dit artikel hoort bij de categorie Houdkracht & prestaties.
Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.
Laatst bijgewerkt: 28 september 2026